skip to Main Content
EEN BIJBELSTUDIE VAN FRANK OUWENEEL : “DE DUIVEL” (Deel 2)

EEN BIJBELSTUDIE VAN FRANK OUWENEEL : “DE DUIVEL” (Deel 2)

ZIJN VAL

Waarom en hoe is het dan met hem fout gegaan ?
Waarom is Lucifer geworden wie hij nu is en wanneer en hoe is dat gebeurd ?

Het begin van de Bijbel geeft ons duidelijkheid.
We lezen eerst Gen. 1 : 1:

In den beginne schiep God de hemel en de aarde.

Vervolgens lezen we Gen. 1 : 2:

De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed.

In de Hebreeuwse grondtekst staat er in vers 2 niet “was”, maar”: “werd”.
Gen. 1 : 2 dient dus als volgt te worden gelezen:

De aarde nu werd woest en ledig, en duisternis lag op de vloed.

Woestenij en ledigheid.

Hoe is dat mogelijk ?
Daar kan God nooit de hand in hebben gehad, want Jes. 45 : 18 vertelt ons:

God heeft de aarde niet tot een woestenij geschapen.

Woestenij, ledigheid…..en duisternis.
Ook die duisternis kan nooit van God afkomstig zijn; 1 Joh. 1 : 5 zegt:

God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

Samengevat: Gen. 1 : 1 meldt dat God de aarde schept. Gen. 1 : 2 zegt dat diezelfde schepping ‘chaos’ en ‘duisternis’ werd.

We kunnen niets anders dan concluderen dat er in de periode tussen Gen. 1 : 1 en Gen. 1 : 2 een zeer ingrijpende gebeurtenis moet hebben plaatsgevonden.

Jes. 14 : 12 deelt ons mede dat Lucifer in de tijdspanne tussen Gen. 1 : 1 en Gen. 1 : 2 uit de hemel is gestuurd.

Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, Zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld.

Waarom moest hij uit de hemel weg ?
Jes. 14 gaat verder:

Gij overlegdet: ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.  (Jes. 14 : 12 – 14)

Satan was niet tevreden met zijn hoge positie; hij wilde méér.
Hij wilde ‘als God’ zijn (en…..dat wil hij nog steeds).
Hij wilde gaan zitten op de troon van God; met dit streven maakte hij een noodlottige vergissing, want van Gods troon zegt de Bijbel:

Uw troon, o God, staat vast van oudsher, van eeuwigheid zijt Gij.  (Ps. 93 : 2)

Alleen “de God en de Zoon van eeuwigheid” hebben recht op deze troon.
Lucifer leed dus aan een grove vorm van hoogmoedswaanzin: hij had het vaste voornemen zich de hoge Goddelijke positie wederrechtelijk toe te eigenen, te “roven”.
Wat een misrekening !
Ook Op. 3 : 21 leert dat de troon uitsluitend toebehoort aan God en Zijn Zoon Jezus Christus; alleen Zij maken uit wie op deze troon mag plaatsnemen:

Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.

In dit verband leert Fil. 2 : 6 iets zeer fundamenteels:

Christus Jezus, Die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht.

De Here Jezus behoefde het “God gelijk zijn” niet te “roven”.
Hij wás God gelijk !

Satan was jaloers op de macht van God en van Zijn Zoon en hij wilde persé dezelfde hoge positie bekleden.
Doch God heeft satans ambities niet geaccepteerd en God heeft hem uit de hemel gestuurd. Want God is een heilig God.
God had hem geschapen als “Lucifer” en hij werd “duivel”. Het woord “duivel” (betekent: “beschuldiger”) komt uitsluitend voor in het Nieuwe Testament. In het Oude Testament vinden we alleen de naam “satan” (betekent: “tegenstander”).

De satan is over zijn verbanning naar de aarde zo woedend geworden, dat hij wraak heeft gezworen tegen God en tegen al Zijn schepselen.
Reeds in het eerste Bijbelboek ontpopt hij zich fanatiek als ‘tegenstander’ en ‘beschuldiger’; in het laatste Bijbelboek kunnen we lezen dat hij tot aan het einde der tijden aan zijn missie blijft werken:

De oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt.  (Op. 12 : 9)

Met de beperkte macht die God hem heeft gelaten, bedient hij zich niet alleen in Op. 12 maar ook in Gen. 3 van de slang-vermomming. Zodra het eerste mensenpaar is geschapen, duikt hij op:

De slang was het listigste van alle dieren van het veld; hij zeide …..  (Gen. 3 : 1)

Het in Gen. 3 : 1 gebruikte Hebreeuwse woord voor “slang” heeft ook de betekenis van ‘lichtende’ of ‘lichtdrager’.
Opvallend detail: de slang kon spréken, waaruit blijkt dat hij (zoals we hebben gezien) ooit een wezen van een hogere orde was.
Door te spréken heeft hij Eva verleid.

In zijn blinde boosheid wilde hij onmiddellijk gaan bederven wat God zo volmaakt  had geschapen.
Dat hij daarin (zeker in zijn eigen ogen) “succesvol” was, blijkt uit het feit dat hij in zijn strijd tegen God 2 “overwinningen” behaalde:

1) hij veroorzaakte de zondeval van de mens (de ongehoorzaamheid van de mens aan God). Satan heeft ervoor gezorgd dat door de zonde het contact tussen het eerste mensenpaar en God verbroken werd. In een later stadium zullen we daar dieper op ingaan.
2) de duivel bewerkstelligde dat de mens voortaan volledig zijn eigendom werd:

De duivel heeft de mensen tot zijn slaven gemaakt.  (Hebr. 2 : 14 en 15)

Dat betekent ondubbelzinnig dat niemand op deze aarde vrij en onafhankelijk is.
Er zijn namelijk slechts 2 mogelijkheden:
1) door het geloof in de Here Jezus is een mens met vreugde een slaaf van Hem (zie Ef. 6 : 6).
2) iemand die de Here Jezus niet kent is echter een slaaf van satan (zie Hebr. 2 : 14 en 15). Met de term “de wereld” bedoelt de Bijbel dan ook in bijna alle gevallen het werkterrein van de duivel; de Bijbel noemt de satan de “overste van deze wereld” (zie Joh. 12 : 31, Joh. 14 : 30 en Joh. 16 : 11), met als gevolg dat de “gehele wereld in het boze ligt” (1 Joh. 5 : 19). Als u vandaag in de krant of naar het televisie-journaal kijkt, dan kunt u zien dat de mens inderdaad een knecht van de satan is. Het is daarom op deze aarde niet best, en je moet je wel als een flinke struisvogel gedragen om dit niet op te merken. De mens-zonder-God in deze wereld handelt (zonder dat hij zich daarvan bewust is) uitsluitend in opdracht van de satan. Zo erg is het.
Jezus zegt in Joh. 8 : 44:

Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen.
De duivel is een mensenmoorder vanaf het begin.

Jes. 14 : 16 en 17 beschrijft hem treffend:

Dit is de man die de aarde deed sidderen, die de koninkrijken deed beven; die de wereld tot een woestijn maakte en haar steden afbrak.

Nadat de satan de mens verleid had om God ongehoorzaam te zijn, is God zeer toornig op hem geworden:

Daarop zeide de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt. En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen.  (Gen. 3 : 14 en 15)

Wat zegt God hier tot de satan ?
“Voortaan zal er vijandschap zijn tussen de nakomelingen van de satan (de “wereld”) en de nakomelingen van de vrouw”.
En wie is de belangrijkste Nakomeling van Eva ?
In Luk. 3 : 23 – 38 wordt aangetoond dat de Here Jezus als Mens afstamt van Adam (en Eva). God meldt in Gen. 3 : 14 en 15 aan satan dat er ooit een Mens zal worden geboren die hem “de kop zal vermorzelen”. God zegt tegen hem als het ware: “Ik laat je nog even aanmodderen, maar er komt straks een Man op deze aarde die tegen jou zal strijden en in dat gevecht met jou zal…..overwinnen !”. En de satan wist precies wie die Man zou zijn. Hij wist dat de Here Jezus de Enige was, die recht had op de troon van God.

De satan is ook altijd jaloers geweest op de Here Jezus. Daarom heeft hij het Hem tijdens Zijn omwandeling op aarde zo moeilijk gemaakt; hij gebruikte daarvoor o.a. de farizeeën en de schriftgeleerden. In de vier Evangeliën in het Nieuwe Testament kunnen we lezen hoe de satan konsekwent z’n best heeft gedaan om de wandel van de Here Jezus te verstoren.
Maar in Zijn onbegrijpelijk grote liefde is Jezus doorgegaan en heeft op het Kruis van Golgotha een heerlijk Werk volbracht.

(wordt vervolgd)

Meer informatie:
http://www.frankouweneel.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *