skip to Main Content
GOD DE VADER. FRANK OUWENEEL OVER DE HEILIGE GOD DIE ONZE VADER IS GEWORDEN

GOD DE VADER. FRANK OUWENEEL OVER DE HEILIGE GOD DIE ONZE VADER IS GEWORDEN

Frank Ouweneel citeert uit Lev. 11 : 44, Jes. 6 : 3, Ps. 77 : 14 en Job 9 : 2 – 10):

God sprak: Ik ben heilig.
Jesaja roept uit: Heilig, heilig, heilig is de Here der Heerscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.
De Psalmist zegt vol ontzag: O God, in heiligheid is Uw weg, wie is een God, groot als God ?
Job proclameert: Zou een sterveling gelijk kunnen hebben tegenover God ? Indien God met de mens zou gaan rechten, niet een op duizend zou hij Hem kunnen antwoorden. Wie zou, hoe wijs ook van hart en hoe sterk ook van kracht, zich tegen Hem kunnen verzetten en ongedeerd blijven ? God verplaatst de bergen zonder dat men het merkt, Hij keert ze om in Zijn toorn. God doet de aarde van haar plaats wankelen, zodat haar zuilen schudden. Hij geeft aan de zon bevel en zij gaat niet op, en Hij sluit de sterren onder zegel weg. Hij spant geheel alleen de hemel uit, en Hij schrijdt voort over de hoogten der zee. Hij maakt de Beer en de Orion, de Pleiaden en de Kamers van het Zuiden. God doet grote, ondoorgrondelijke dingen, ja, wonderen zonder tal.

“God is heilig”; wat betekent dat ?

In de Bijbel vinden we een geschiedenis die ons enigszins inzicht geeft in de heerlijkheid en de heiligheid van God.
Dezelfde Mozes die in Ex. 15 : 11 tot God roept: Wie is als Gij, onder de goden, Here, wie is als Gij, heerlijk in heiligheid, vreselijk in roemrijke daden, wonderbaar in Uw doen ? vraagt in Ex. 33 : 18 – 23 aan God heel concreet: Doe mij toch Uw heerlijkheid zien.
En God antwoordt Mozes: Ik zal Mijn heerlijkheid aan u doen voorbijgaan. Maar Gij zult Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.

heilig is God. Niemand kan Gods aangezicht zien en in leven blijven.
Vervolgens zegt God tegen Mozes: Wanneer Mijn heerlijkheid aan u voorbijgaat zal Ik u met Mijn hand bedekken, totdat Ik ben voorbijgegaan. Dan zal Ik Mijn hand wegnemen en gij zult Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.
Mozes heeft dus een fractie van een seconde de rug van God gezien.
Wat de verpletterende gevolgen daarvan waren vinden we in Ex. 34 : 30 – 35: Nadat Mozes bij God geweest was wist hij niet dat de huid van zijn gelaat straalde. Toen de Israëlieten zagen dat de huid van Mozes’ gezicht straalde durfden zij hem niet te naderen. Daarom deed Mozes een doek voor zijn gezicht.

Ofschoon we nu nog niet precies weten wat ‘Gods heiligheid’ is geeft deze geschiedenis toch een indruk van de ontzagwekkende verhevenheid van God.

Let op: nú komt het immense wonder.

Die heilige God…..is in Jezus Christus tot zondige mensen afgedaald.
Toen de Here Jezus op aarde wandelde, wandelde Hij daar als God Zelf. Daarom heette Hij niet alleen “Jezus”, maar ook “Immanuël” (wat betekent “God met ons”; zie Matth. 1 : 23). Toen de Here Jezus op aarde verbleef, was dus tegelijkertijd God onder ons. God Zelf kwam naar deze aarde, als mens. Hij kwam niet als < een heilig God > ; we zagen al eerder dat dan alle aardbewoners zouden zijn omgekomen. God heeft mensengedaante aangenomen en die Mens was Jezus Christus (zie Fil. 2 : 6 – 8).

Zeer diep is God afgedaald. Hij werd niet alleen mens (zie 1 Tim. 3 : 16), Hij werd ook slaaf…..en Hij ging nog dieper: Hij ging in de dood, ja, zelfs in de dood van het kruis.

Vérder kon God niet gaan.
Hij heeft HÉT maximale bewijs van Zijn liefde geleverd.

Als gevolg van Gods liefde is diezelfde Allerhoogste en Almachtige voor u en mij een schuilplaats geworden (zie Ps. 91 : 1 + 2 en Ps. 62 : 8).

God kan alles. Hij is Almachtig, voor Hem is niets te wonderlijk. Die God mag ik vertrouwen, voor die God mag ik mijn hart uitstorten.

Door de Here Jezus ben ik zelfs een kind van God (zie Joh. 1 : 12), een kind van de Schepper van hemel en aarde, van de God Die boven alles is, Die de bron is van alle dingen.
Ik mag Hem “Vader” noemen. De Here Jezus zegt na Zijn opstanding: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God (Joh. 20 : 17).
Jezus zei ook: Uw Vader weet wat gij nodig hebt, voordat gij Hem bidt (Matth. 6 : 8).

Wat een troost ! Ten tijde van een groot probleem in uw leven zou u zich kunnen afvragen: “hoe moet ik dat nu aan God vertellen ?”. Dan zegt de Here Jezus dat onze Vader weet wat wij nodig hebben voordat wij Hem bidden. Zó dichtbij is God. Hij weet wat in uw hart leeft; God hoort uw hart kloppen. En God weet wat u nodig hebt.
Wat klinkt het niet bemoedigend als de Here Jezus zegt: Hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden (Matth. 7 : 11).

Ik mag God, de Allerheiligste, “mijn Vader” noemen.
Rom. 8 : 15 zegt zelfs: Gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, waardoor wij roepen: Abba Vader.
“Abba” is het Aramese woord voor “pappa”: de vertrouwelijke vorm. God is dus niet alleen onze Vader; wij mogen Hem “pappa” noemen. Dat is geen grapje. Bij die grote verheven God mogen wij als het ware op schoot zitten.
Dat is heel bijzonder.

En dat is allemaal mogelijk geworden door de Here Jezus. De Here Jezus heeft een Werk volbracht dat zo groot is dat God zegt: “Ik ben zo blij met het Werk van mijn Zoon dat Ik niets liever wil dan al die mensen, die vroeger zondaar waren en door het geloof in de Here Jezus tot Mij zijn gekomen, aan Mijn hart drukken en voor ze zorgen; Ik wil niets liever dan hun Vader zijn.

Laten we in diepe bewondering voor God de Vader en voor Zijn Zoon Jezus Christus aanbiddend knielen.

Meer informatie:
http://www.frankouweneel.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *